“Arriving to the City”“Fragmentarische Observaties van een Amateur / Over publieke opinie en het Landschap van Istanbul”“Mehmet Baris Albayrak”Er is, en zou ook altijd, een hiaat moeten zijn tussen woorden en hun betekenissen, tussen een betekenaar en het betekende. Dit is de hiaat van betekenis zelf, die wordt vervuld in de ervaring van het denken, dat zichzelf doorheen de geschiedenis steeds verder vormgeeft en gedurende verschillende tijdperken bepaalde ware betekenissen aan deze hiaat verleent. Met andere woorden, deze hiaat, die zich doorheen de geschiedenis ontsluit, is noodzakelijk . Aan de andere kant is er één woord dat deze hiaat etymologisch verdicht, en volledig correspondeert met datgene wat het betekent. Meer zelfs, dit woord ontvouwt haar ware betekenis in haar geschiedenis. Dit woord is ‘Istanbul’. Het is hoogst waarschijnlijk de samengetrokken vorm van de Griekse zin “eis ten polis” [1], wat “naar de stad” betekent. Daarenboven verklaart dit woord ook de actuele positie van de stad. Doorheen haar geschiedenis is Istanbul steeds een object van verlangen geweest: het is een stad die ieder imperium heeft willen veroveren en die elke artiest heeft willen beschrijven. In onze moderne tijden verwerft Istanbul een nieuwe betekenis in de context van het op weg zijn “naar de stad”. De stad is niet langer de hoofdstad van een imperium, maar in plaats daarvan het voornaamste symbool van het moderniseringsproces in Turkije. Wederom is het een object van verlangen, maar nu in het bijzonder voor immigranten. Onderweg zijn van de landelijke gebieden “naar de stad”, betekent op weg zijn de dromen te realiseren die moderniteit voor de allereerste keer voorspiegelde. Maar aan de andere kant konden we tijdens het migratieproces zien dat moderniteit, in haar gedaante van “nog niet volbracht project”, nooit de werkelijke realisatie toelaat van de dromen die ze aanvankelijk creëerde en begon te representeren. De werkelijke karakteristiek van moderniteit is integendeel, zoals Walter Benjamin het zou stellen, “de oneindige terugkeer van het nieuwe”, wat haar locus, namelijk de stad, transformeert in een compleet proces van verandering. De onderdompeling in de onontkoombare ervaring van constante verandering, maakt het onmogelijk uit deze droom te ontwaken. Het wordt zowel voor immigranten als voor stedelingen onmogelijk aan te komen in de stad, ze blijven steeds op weg “naar”. Deze ervaring vindt niet plaats in de stad, maar binnenin de stad. Nu we het over moderniteit hebben, zou het betekenisvol kunnen zijn om een onderscheid te maken tussen de metropool van een ontwikkeld land en Istanbul, dat als stad gelokaliseerd is in een land in volle progressie. Het is in deze zin dat Istanbul de verantwoordelijkheid draagt om het moderniseringsproces voor heel Turkije te symboliseren. En daarom is het ook allerminst verwonderlijk dat men het idee van symbolisering in haar gerealiseerde vorm, dus als concrete symbolen, aantreft in de stad. Architectuur is het meest gebruikelijke domein waarin de symbolisering van een (meestal ideologisch) idee wordt vertaald. Wanneer we moderne architectuur als symbool van de aanvang van een nieuw tijdperk even van naderbij bekijken, merken we een overwicht aan gebouwen in glas: wolkenkrabbers, winkelcentra etc. (het klassieke voorbeeld hiervan was het zogenaamde Crystal Palace in Groot-Brittanië). Glas als zinnebeeld vertoont een treffende analogie met het concept van moderniteit. Beiden zijn extreem fragiel. Daarenboven kan het pad der moderniteit vergeven zijn van gebroken glas, wat vrij pijnlijk kan zijn wanneer men dit met blote voeten bewandelt. Een reden hiervoor is dat het concept van moderniteit niet meteen de term ‘modern’ zelf impliceert. Moderniteit is eerder het discours waarbinnen iets zich ontwikkelt, wat we – naderhand – als ‘modern’ benoemen. Sommige kunstwerken (architectuur, literatuur) kunnen ‘modernistisch’ genoemd worden, terwijl ze tegelijkertijd deze moderniteit – direct of indirect – van binnenuit bekritiseren. Het is hier echter niet het goede moment of de goede plaats – en ik acht er mezelf ook niet in staat toe – om een basis te leggen voor de definitie van moderniteit; toch wil ik met het volgende een architecturaal voorbeeld geven van hoe het discours van moderniteit misbruikt kan worden in metropolen zoals Istanbul, dat terecht aanspraak maakt op het hart van een toekomstig ‘modern’ Turkije. Op een ochtend werden de mensen van Istanbul wakker en stonden ze oog in oog met Gökkafes (wat “de kooi van de lucht” betekent). Natuurlijk had iedereen reeds eerder het bouwproces waargenomen; iets werd gebouwd in het Europees gedeelte van Istanbul, en reikte elke maand hoger en hoger. Maar, ze zagen het pas voor de eerste keer, of anders gezegd, ze zagen pas hoe het er écht uitzag, toen het volledig afgewerkt was. Göffakes verscheen als een monoliet vergelijkbaar met de monoliet uit A Space Odyssey – het rare object waarvoor de verbaasde apen in vol ontzag neerknielden, niet wetend waar het vandaan kwam. Istanbul had nu ook haar heilig symbool en overtuigend bewijs dat ze op het juiste spoor zat om een echte moderne metropool te worden. Dit was tenminste wat de investeerders en de architecten van dit gebouw aanhaalden, om de ‘betekenis’ en vormgeving van hun wolkenkrabber te expliciteren en te verdedigen. In feite is het echter zo, dat Istanbul reeds een hele resem aan wolkenkrabbers heeft, waarvan de meeste rond Levant gesitueerd zijn, en die samen de achtergrond vormen waartegen de historische silhouetten van de skyline van de Bosporus zich aftekenen. Ook zij namen hun plaats in de geschiedenis van de stad in. Bij Gökkafes daarentegen lag dit anders: het was een eenzame strijder, en zijn meest geduchte vijand niets minder dan het zicht op de Bosporus zelf. Gökkafes doet aan één van Kafkas kastelen denken, omdat we steeds zullen onderweg zijn naar de stad, en haar nooit werkelijk bereiken. Er zijn twee oorzaken aan de reden waarom we dit zo aanvoelen: wanneer we oog in oog komen te staan met haar monumentale omvang én haar speciale locatie, bevinden we ons in een situatie van uiterste machteloosheid omdat we begrijpen dat singuliere meningen en initiatieven, zelfs de publieke opinie zelf, er totaal geen belang of invloed hebben in de aanschijn van bepaalde instituties. Eén ding is alleszins zeker: de bewoners van Istanbul hebben nu een gebouw pal in het midden van het zicht op de Bosporus, dat verkozen is geweest als één van de tien slechtste architecturale werken in de wereld. [2] Zoals hierboven aangehaald, wordt dit gebouw gerechtvaardigd onder het mom van een modern staaltje architectuur, wat op zijn beurt het bewijs levert, dat Istanbul de hoofdstad (of nog beter: de kapitein) van een land in ontwikkeling is. Niets is echter minder waar, want in realiteit toont het net aan hoe de esthetisering van het concept van moderniteit kan omslagen in een monument (ter ere) van lelijkheid – en, nog belangrijker, in een getuige van een zeer onfair proces waaruit alle publieke ‘rechten’ en meningen, waaronder deze van professionele urbanisten, werden buitengesloten. De claustrofobie van Gökkafes, die al de lucht van de Bosporus opzuigt en verzwelgt, ‘toont’ ook waaraan het Istanbul eigenlijk ontbreekt: plaatsen waar mensen kunnen samenkomen, waar ze singuliere publieke gedachten kunnen verzamelen – of met andere woorden: het ontbreekt Istanbul aan publieke pleinen. Ook al heeft Istanbul haar schare aan bekende pleinen zoals Sultanahmet of Taksim, toch kunnen dezen naar mijn mening niet beschouwd worden als werkelijk ‘publieke plaatsen’. Het Sultanahmet Plein is het meest bekende plein in Istanbul; het is de plaats waar de Hagia Sophia, het Topkapi Paleis en andere dergelijke historische monumenten gesitueerd zijn. Toch geloof ik dat Sultanahmet niet in staat is iets anders te ‘geven’ dan zijn reminiscentie aan het verleden. Sulthanamet kan voor een toerist vast en zeker een adembenemende ervaring zijn, maar als men in Istanbul leeft, realiseert men zich dat Sultanahmet niet echt in het heden bestaat. Het verwerd tot een historisch object, werd losgesneden van de stad, en nam een tussenpositie in tussen de stad en de provincie. Het Taksim Plein aan de andere kant, is in het recent verleden getuige geweest van vele gebeurtenissen die bijna steevast werden gesmoord door een repressief optreden van overheidswege. Niettegenstaande dit optreden zouden we Taksim kunnen bekijken als een plaats waar mensen kunnen samenkomen. Toch is ook het Taksim Plein, uitgezonderd voor deze singuliere politieke gebeurtenissen, niets meer dan een doorgangsweg naar de centra van vertier in Istanbul. De pleinen in Istanbul zijn geen plaatsen waar je de geestdrift van de stad kan opsnuiven; deze pleinen als ontmoetingsplaatsen bestaan enkel op een symbolische manier. Meer nog, ze zijn een afspiegeling van het feit dat mensen in Istanbul geïsoleerd zijn van elkaar in verschillende groepen en gebieden. Ook al is dit een vanzelfsprekend feit in vele metropolen – voornamelijk in Europa - , toch kunnen de verschillende bevolkingsgroepen of subculturen elkaar in deze steden treffen op plaatsen en publieke pleinen, waar ze zichzelf kunnen ‘articuleren’. Het is een vrees voor de massa’s, die de autoriteiten in Turkije deze groepen doen opsplitsen in verschillende etnische en politieke sferen. Dit doen ze in de eerste plaats om deze groepen makkelijker te kunnen identificeren, en daarnaast ook met het oog op de creatie van een onthechte en vervreemde ervaring die resulteert in een blindheid en doofheid naar anderen toe. Voor de eerste keer in haar geschiedenis, werd het aura van Istanbul, haar ‘onaankoombaarheid’ of onbereikbaarheid (dat zelf het resultaat is van haar unieke positie in die geschiedenis), gekapitaliseerd door de autoriteiten, die grof misbruik van haar gemaakt hebben. Daardoor begint de stad compleet uit elkaar te vallen in ideologische fragmenten. Die versplinterde situatie van de stad als een plek van isolatie, kan geheeld worden door een nieuwe stedelijke planning die de nadruk legt op ‘levendige’ publieke pleinen. Publieke plaatsen in hun waarachtige betekenis, waar men de huidige geestdrift en ‘spirit’ van de stad treft. Dit betekent niet dat publieke pleinen een afspiegeling zouden moeten zijn van de sociale constructie van de stad; integendeel, publieke pleinen zijn plaatsen waar nieuwe gedachten, bewegingen en subversieve weerstand zich voor het eerst ontwikkelen. Ze zijn de topoi van evenementen. Een evenement vraagt echter om een achtergrond, of een ‘geleefd verleden’. Dit impliceert dat een plein niet enkel symbolisch of als doorgangszone zou moeten bestaan, maar eerder in en temidden van de eigenlijke dagdagelijksheid van de stad. Dit kan de mogelijkheid in de stad te zijn bewerkstelligen – namelijk door een nieuwe ervaring te scheppen vanuit de huidige fragmentatie van de stad –, in contrast met het louter voelen of menen in de stad te zijn als een onthechte vorm van ervaring die niemand toelaat “in de stad aan te komen”. NOTEN 1. Het huidige etymologische debat laat meer dan één ‘oplossing’ toe met betrekking tot de kwestie van letterlijke vertaling. 2. Michael Sorkin, geciteerd op http://www.sabah.com.tr/2005/07/05/gun122.html Mehmet Baris Albayrak werd in 1978 in Istanbul geboren. Hij behaalde zijn bacherlorsdiploma in Psychologische Hulpverlening aan de Faculteit Educatie van de Bogazici Universiteit, in Istanbul. Momenteel beëindigt hij zijn thesis aan het Departement Filosofie van de Tübingen Universiteit in Duitsland. |
||||