NL FR EN  

Dan Van Severen

nationality: BE
° 00 0 1927
+ 00 0 2009
         
Dan Van Severen studeerde schilderkunst aan het Hoger St. Lucasinstituut te Gent en het Hoger Instituut Schone Kunsten te Antwerpen. Hij leefde en werkte in het Prinsenhof te Gent.
Van Severen vertrekt doorheen heel zijn oeuvre van dezelfde elementaire vormen en motieven. Hij legt zich toe op het onderzoek van krachtlijnen, het evenwicht tussen verticalen, horizontalen en diagonalen in het beeldvlak. De elementaire vormen van ruit, vierkant, cirkel en ovaal groeien uit de spanning tussen horizontalen en verticalen. Ze komen afzonderlijk, dan weer gecombineerd steeds terug in zijn werk. Door het uitpuren van niets meer dan deze essentiële vormen wil Van Severen met zo weinig mogelijk het maximum aan expressie bereiken. Van Severen wil het mystieke in zijn werk onderstrepen door het gebruik van de oervorm van het kruis. Niet als religieus christelijk symbool, maar als een universeel beeld dat hij als plastisch probleem behandelt. Zijn kunst is niet louter geometrisch abstract. Er is een grotere gevoeligheid die bereikt wordt door het reduceren van het onderwerp tot lijn en vlak.
Ook wat materiaalkeuze betreft begeeft Van Severen zich op het pad van het minimale. Hij startte zijn carrière als olieverfschilder, maar omdat deze materie ‘te dik’ aanvoelde schakelde de kunstenaar over op tempera, een dunnere verf op waterbasis, waarna inkt zijn werk binnenkwam. Inkt die hij bekwam door met water op een blokje te wrijven, volgens Van Severen een stap verder naar het immateriële. Daar wil Van Severen naartoe; het kunstwerk verlost van het materiële vehikel, het kunstwerk dat enkel nog gedacht kan worden. In zijn persoonlijk leven streeft Van Severen ook naar de eenvoud en soberheid. Hij meent dat in de welvaartsstaat waar ieder zich met meer en meer zaken omgeeft aan ‘iets’ voorbij wordt gegaan, waardoor een harmonie verloren gaat. Een gemis, waaruit kunst kan ontstaan; in de woorden van de kunstenaar:
“Kunst ontstaat uit een gemis, een ongenoegen en verlangen naar het ongrijpbare. Kunst is religieus, in de brede zin. Het ontdekken van de ‘ultieme werkelijkheid’ zal uiteindelijk kunst overbodig maken, opheffen.” (1994)
       
   
Zonder Titel