Ga naar hoofdinhoud. Begin van de inhoud

De feiten over de museale werking van het Muhka

In het publieke debat over de toekomst van het M HKA circuleert de suggestie dat het museum zijn museale functies onvoldoende zou vervullen. Vlaams minister van Cultuur Caroline Gennez stelt daarom het museumstatuut van het M HKA in vraag.

Die interpretatie vindt echter geen enkele steun in de officiële documenten van de Vlaamse administratie of beoordelingscommissies. Integendeel. Zowel de tussentijdse evaluatie van de beleidsperiode 2019–2025 als de beoordeling van het beleidsplan voor 2026–2030 bevestigen expliciet dat het M HKA zijn museale functies voldoende tot goed uitvoert.

De tussentijdse evaluatie: museale werking ‘globaal genomen voldoende’

De tussentijdse evaluatie door het departement Cultuur van de werking van het M HKA over de beleidsperiode 2019-2025 is ondubbelzinnig in haar globale conclusie: “Het M HKA voert de beheersovereenkomst globaal genomen voldoende uit.”

Die beheersovereenkomst gaat net over de museale kernopdrachten: collectie, onderzoek, presentatie, publiekswerking en erfgoedzorg. Ook per functie is het oordeel duidelijk positief. De evaluatie stelt letterlijk:

over onderzoek:

  • “De functie ‘onderzoeken’ wordt goed uitgevoerd.”
  • “Het museum is reflectiegedreven en sterk in institutioneel en curatorieel onderzoek.”

over presentatie en publiekswerking:

  • “Het M HKA heeft een gevarieerd aanbod aan presentaties en activiteiten en tracht hiermee een breed publiek te bereiken.”
  • “Oordeel departement: de uitvoering van deze doelstelling voldoet.”

op het vlak van archief- en erfgoedzorg:

  • “Het M HKA draagt in voldoende mate zorg voor het eigen archief.”

“De tussentijdse evaluatie formuleert aandachtspunten en verbetertrajecten, wat eigen is aan elke levende en evoluerende instelling, maar stelt nergens dat de museale werking faalt of structureel tekortschiet.”

Yolande Avontroodt, waarnemend voorzitter Bestuursorgaan M HKA

De beoordelingscommissie over het beleidsplan 2026–2030

Het is essentieel om een duidelijk onderscheid te maken tussen een evaluatie van uitgevoerde werking en een beoordeling van een toekomstig beleidsvoorstel.

De adviezen van de beoordelingscommissie uit 2025 hebben betrekking op een ingediend beleidsplan voor de periode 2026–2030, dat op dat moment nog niet in uitvoering was. Ze kunnen dus per definitie geen oordeel vellen over het functioneren van het museum in de praktijk.

Ook hier is de kernconclusie expliciet: “Binnen dit kader is de wijze waarop M HKA invulling geeft aan de functies voldoende.” (Criterium: kwaliteit van de uitvoering van de museale functies)

Daarnaast stelt de commissie onder meer:

  •  “De functie ‘onderzoeken’ wordt goed uitgevoerd.”
  • “Het museum voert een kwaliteitsvol presentatiebeleid en stelt een gevarieerd tentoonstellingsprogramma voorop.”

De opmerkingen en kritieken van de commissie richten zich op concretisering, planning, indicatoren en haalbaarheid van een toekomstplan binnen een complexe institutionele transitie. Ze hebben geen betrekking op de legitimiteit of kwaliteit van de museale werking zelf.

Wat deze evaluatiedocumenten niet zeggen

In geen enkel officieel document wordt gesteld dat de museale werking van het M HKA ondermaats is, het museum zijn museale kernopdrachten niet vervult, het museumstatuut op basis van functioneren in vraag moet worden gesteld, of een andere institutionele vorm noodzakelijk is wegens falende museale werking.

Die conclusies worden noch door de Vlaamse administratie, noch door nationale en internationale museumexperts gedragen.

Een feitelijk vertrekpunt voor het debat

Hervormingen van het culturele landschap zijn legitiem en bespreekbaar. Maar ze moeten wel vertrekken van een correcte diagnose.

De officiële evaluaties tonen aan dat het M HKA zijn museale functies voldoende tot goed uitvoert. De verbeterpunten bevinden zich op het vlak van transitie, planning en middelen, maar niet op het vlak van museale legitimiteit. Er is dan ook geen administratieve basis om het museumstatuut in vraag te stellen op grond van een ‘falende werking’.

Een ernstig debat over de toekomst van het M HKA kan alleen gevoerd worden op basis van deze vastgestelde feiten. Niet op basis van een framing die door geen enkele evaluatie wordt ondersteund.




wiki 6